maandag 25 april 2016

Wapperende vingertjes van fatsoen

De wapperende vingertjes van de gedachtenpolitie zijn lang. Nog langer dan de tenen van Erdogan, ontdekte ik onlangs. De gedachtenpolitie aka het magniet-leger komt voort uit alles en iedereen die denkt voor het goede te staan, normopleggers zo u wilt. Maar dan wel normen van één bepaalde soort. Ik trek dat dus slecht. Wat overkwam mij?

Voor een interview met een niet nader te noemen krant over een niet nader te noemen kwestie bezigde ik de term ‘Fatima van drie hoog achter.’ Het was in een positieve context overigens. Dat laatste vertel ik er, naar mijn mening geheel overbodig, maar even bij. Het ging, heel eenvoudig, ook over Fatima op drie hoog achter en niet over Piet in zijn doorzonwoning. Tot mijn stomme verbazing werd de term geschrapt. Enige roomwitte medelanders hadden bedacht dat de term Fatima van drie hoog achter wel eens stigmatiserend en kwetsend kon werken voor…. Fatima van drie hoog achter. Althans dat durfde men niet met zoveel woorden te zeggen maar dat liet men wel doorschemeren. En precies daar gaat het mis.

Het op eieren lopen om multi-culti Nederland maar niet te kwetsen is tot een verontrustend niveau gegroeid, doorgeslagen zelfs. Wij zijn verworden tot wereldkampioen allochtoon knuffelen. Doodknuffelen that is. Verstikkend zelfs. Het is inmiddels van een dusdanige aard dat Fatima, Ahmed en ook Makbouli niet meer worden geacht zelf te denken en ook niet in staat geacht worden voor hun eigen rechten op te kunnen komen. Nee, we maken ze monddood en bedekken hen met een verstikkend kleed van een zekere policor. En daar is helemaal niemand bij gebaat. Dat overdreven knuffelen en goedpraten riekt zelfs naar een hele nare manier van onderhuids racisme. Onbedoeld, maar het raakt mij diep.

Het moet inmiddels duidelijk zijn dat ik deze doodknuffel-beweging heel slecht trek. Onder het mom van fatsoen meent zij de ander te moeten beschermen door zijn/haar eigen misplaatste fatsoensnorm als ultiem middel in te zetten tegen alles wat afwijkt van de middelmaat. En juist daarom leef ik al jaren volgens het principe ‘jouw fatsoen is de mijne niet en andersom.’ Dát is pas tolerantie.

De dagelijkse racistische meuk die ik op mijn scherm voorbij zie trekken is in mijn ogen vaak dom maar wel open en eerlijk. Het komt vaak recht uit het hart. Dat is tenminste helder en duidelijk zonder ondertoon en verborgen boodschap. De gedachtenpolitie daarentegen is geniepiger en helaas ook meer mainstream. Zij richt meer schade aan dan Karel uit Rotterdam die gewoon even baalt van het feit dat zijn auto is opengebroken door een  jonge ontspoorde Marokkaan.

Mensen, hou toch eens op met dat geniepige fatsoensdenken. Het maakt meer kapot dan je lief is en voordat we het doorhebben wordt fatsoen als hobby nog eens heel groot in Nederland. En erger, onze vrijheid een stuk minder.

dinsdag 29 december 2015

Zomaar een bedreiging

“…. Als ik u ooit ergens tegenkom dan gaat u daarna wakker worden in een ziekenhuis en daarna nog heel lang revalideren….” Deze bedreiging werd in 2014 per mail geuit in de richting van een politicus. Vandaag was de strafzitting bij de politierechter in Amsterdam.

Als argumenten op zijn, kritiek niet wordt gehoord, doordrammen niet helpt en schelden of kwetsen geen pijn lijkt te doen is er altijd nog het wereldwijde vrije web om je strafrechtelijke beledigingen en bedreigingen met iedereen – het liefst anoniem - te delen of persoonlijk te adresseren. Dat wereldwijde web geeft ons veel, heel veel. De wereld ligt, op slechts één internetverbinding, voor ons open. Informatie is toegankelijk voor iedereen; we kunnen ons niet meer verschuilen achter dooddoeners als ‘Dat wist ik niet.’ Je kunt participeren in het maatschappelijk debat met volslagen vreemden, ver of dichtbij, artiesten, politici en andere bekenden zijn binnen één tweet bereikbaar. Nooit was het zo makkelijk om mee te doen in het openbare debat en ook daadwerkelijk gehoord te worden. Beperkingen van die digitale vrijheid zijn wat mij betreft daarom ook onbespreekbaar. Die vrijheid brengt ons daarvoor te veel.

Argumenteren, kritiek geven, doordrammen, schelden en kwetsen mag dus. En ja, schelden of kwetsen doet soms pijn maar daar heb je het als politicus maar mee te doen. Ook al doet dat soms een beetje pijn, besef ook dat nu eenmaal niet iedereen eloquent zijn argumenten en kritiek formuleert. Dat maakt die meningen niet minder waard. Ook deze mensen worden namelijk door politici vertegenwoordigd. Een beetje eelt kweken op de startende tere politici-zieltjes kan daarom geen kwaad. Sterker nog: dat moet! Er is nog nooit iemand verstandiger geworden met ja-knikkers om zich heen.

En wat dan met de fatsoensnormen? Fatsoen, breek me de bek niet open over fatsoen. ‘Jouw fatsoen is de mijne niet en andersom’ roep ik te pas en het allerliefst te onpas. Als jouw fatsoen het mijne niet past, is het verstandig dat te laten weten door al dan niet jouw eigen norm aan te geven. Nog beter is het deze opgelegde voor mij onduidelijke norm, die dus voor iedereen weer anders lijkt te zijn, te negeren en te focussen op de inhoud. Ja, dat ook is onderdeel van het kweken van eelt op de tere politici-zieltjes.

Door mijn werk als strategisch adviseur Openbare Orde & Veiligheid ben ik verantwoordelijk voor de veiligheid van een aantal politici. Daarom ook begeleidde ik een van hen in de rechtszaal. Net als veel mensen houd ik het leven overzichtelijk door in mijn hoofd mensen in hokjes in te delen. Ik verwachtte dan ook, gezien het vorenstaande, een wandelende opgepompte tattoo-tijger in trainingspak die zijn Pitbull voor de deur aan een lantaarnpaal aan de Parnassusweg had vastgebonden. Vol verbazing aanschouwde ik de verdachte die losjes de rechtszaal inwandelde. Het was een lange slungel met een brilletje en grijs wild haar. Hij formuleerde helder en redelijk intelligent.

De lange slungel bevestigde dat hij de mail had verstuurd in een moment van psychische opwinding. De argumenten waren op, kritiek was overal al gespuid en schelden en kwetsen deed geen zeer meer. Hij vertelde dat hij in de tijd rond de bedreigingen vol participeerde in het openlijke debat maar zijn gelijk op de een of andere manier niet kon halen. Dit frustreerde hem enorm waarna hij deze mail had verstuurd. Hij schaamde zich diep. Even voor de duidelijkheid: het was geen excuus aan het slachtoffer maar schaamte voor de strafrechtelijke bedreiging die hij had geuit en die zijn intelligente voorkomen had bezoedeld. Daarom ook had hij, na de aangifte, hulp gezocht. Er was nogal wat mis met hem, zo bleek uit het rapport van de reclassering.

De lange slungel gebruikte hierna de strafzaak als politiek podium en toonde tegelijkertijd op die manier dat hij nog steeds niet van de ernst van het feit was doordrongen. De rechter maakte daar snel korte metten mee. Het ging in de rechtszaal tenslotte niet over zijn politieke overtuiging maar om het strafbare feit.

Nog nooit eerder was hij in aanraking geweest met politie en justitie. De politie had hem ingefluisterd dat het misschien goed was om een brief te schrijven aan het slachtoffer om zijn motieven toe te lichten. Die brief was toegevoegd aan het strafrechtelijk dossier maar was door politie en justitie nooit doorgezonden aan de politicus. Kern van de brief was dat de enterknop te snel gevonden was op het toetsenbord maar dat hij geen handelingsplan had bedacht dus dat het slachtoffer zich echt geen zorgen hoefde te maken. Hij vergat voor het gemak even dat wat hij eigenlijk bedoelde aan de ene kant van het virtuele draadje niet betekent dat de ontvanger aan de andere kant van dat virtuele draadje dat ook weet. Een zwak inlevingsvermogen aldus de rechter.


De rechter was uiteindelijk helder en duidelijk. Zij hield rekening met zijn psychische toestand. Tegelijkertijd woog zij dit af tegen het ambt van het slachtoffer die al vaker bedreigd was: “Als politicus moet je tegen kritiek kunnen. Tegelijkertijd moet een politicus vrij van enige dreiging zijn om zijn of haar werk te kunnen doen. Een politicus niet vrij van deze dreiging laten zijn, doet afbreuk aan onze rechtstaat en weegt daarom heel zwaar.” Waar normaal een geldboete op zijn plek is voor dit feit werd tot ieders verbazing een straf opgelegd van 60 uur dienstverlening of 30 dagen hechtenis, onvoorwaardelijk. Minder dan de officier had geëist maar zeker genoeg om recht te doen aan het gevoel van het slachtoffer die zichtbaar onder de indruk was van het voorval en de zitting.

dinsdag 14 juli 2015

Exit Hollandistan

Wat begon als een gebbetje, blijkt nu ineens een doodserieuze zaak te zijn. In een idiote bui plaatste ik met een virtuele knipoog een link op mijn Facebook naar een AD-artikel waarin werd gesteld dat er Nederlanders zijn die onbedoeld hun nationaliteit kwijtraakten. Gekscherend begeleidde ik dat met de woorden: “Help! Ik heb anderhalf jaar geleden de Marokkaanse nationaliteit aangenomen ivm overlijden van mijn vader en het daarmee samenhangende erfrecht in Marokko. Is er een grappenmaker in de zaal die mij gaat vertellen dat ik geen Nederlandse nationaliteit meer bezit? Zo ja, dan word ik met terugwerkende kracht alsnog gillend gek!”

Wat is er namelijk aan de hand? Als je als meerderjarige Nederlander een andere nationaliteit aanneemt raak je je Nederlandse nationaliteit automatisch kwijt. Dat is zo bepaald in Rijkswet op het Nederlanderschap - artikel 15, lid1 onder A. De ombudsman is er maar druk mee in ieder geval. Ook ik heb op meerderjarige leeftijd, namelijk op mijn 42e jaar een andere nationaliteit aangenomen, de Marokkaanse. De hiervoor genoemde wet kent wel uitzonderingen, maar verrassing, die zijn niet van toepassing op mij.

Goed bedoelde adviezen en meningen
Iedereen rolde over elkaar heen om zijn of haar mening te geven: “Marokkaan ben je altijd bij geboorte door bloed/afkomst”, “Je bent de lul, ouwe. Geen Nederlanderschap meer voor jou” en alles wat daar tussenin zit. Alle stellingen en aannames werden niet begeleid door ondersteunende wetgeving en/of andere vaststaande feiten.

Zo wordt de aanname dat je de Marokkaanse nationaliteit door geboorte zou krijgen door echt helemaal niemand onderbouwd. Bovendien lopen ‘de Marokkaanse nationaliteit automatisch krijgen bij geboorte’ en ‘recht hebben op de Marokkaanse nationaliteit bij geboorte’ twee essentieel verschillende zaken, in de goed bedoelde discussie constant door elkaar heen.

Verder wordt door veel mensen bijvoorbeeld de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) als juridische werkelijkheid opgevoerd waarbij ik kan opmerken dat dit slechts een administratief systeem is om de juridische werkelijkheid in te administreren. Ook daar zit een wezenlijk verschil in.

Saaie feiten
Voordat een ieder wederom over elkaar heen rolt in het aandragen van zijn of haar gelijk, even de navolgende saaie feiten op een rijtje. Gaarne lezen voordat je je  goedbedoelde aannames wederom met mij deelt.

Ik ben geboren als Jacqueline Lailla Makbouli in 1971 binnen een wettig Nederlands huwelijk tussen een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Zowel het huwelijk als mijn geboorte zijn nooit gemeld bij het Marokkaanse consulaat. Het eerste niet om praktische redenen, het tweede om ideologische redenen van mijn vader. Hij wilde niet dat ik de Marokkaanse nationaliteit zou dragen omdat hij vond dat de positie van de vrouw in Marokko nou niet echt jippy-a-yeah is. Zo stond ik vanaf mijn geboorte in het GBA alleen als Nederlandse ingeschreven. Sinds 2014 wordt er in het GBA sowieso alleen nog maar 1 nationaliteit vermeld. Ik heb mijn hele leven in de overtuiging geleefd dat ik slechts 1 nationaliteit had namelijk de Nederlandse. Zo hebben mijn ouders mij dat ook altijd voorgehouden en uit geen enkel officieel papier bleek dit ook anders te zijn.

In 2013 werd mijn vader ernstig ziek. Ik was zijn enige familielid en om rechtshandelingen in Marokko te mogen plegen moest je de Marokkaanse nationaliteit bezitten. Omdat ik die nog niet had, heb ik die moeten aanvragen bij het consulaat. Ik had daar kennelijk recht op omdat ik afstamde van een Marokkaan. Wel moest ik dat aantonen en moest ik aantonen dat ik geboren was binnen een wettig huwelijk. Na veel vijven en zessen is dat gelukt. Eigenlijk moest mijn vader dat persoonlijk melden bij het consulaat maar omdat hij in het hospice lag namen ze ook genoegen met mijn Nederlandse moeder. Nog een klein dingetje: mijn Nederlandse naam Jacqueline werd niet geaccepteerd, mijn tweede naam Lailla wel. Bij het Marokkaans consulaat ben ik dus onder een andere naam bekend dan in het GBA.

In het familieboekje van mijn vader (hét document in Marokkistan) staat dat ik ben geboren op 30 maart 1971 en dat de aangifte van mijn geboorte op 25 september 2013 (!) is gedaan.

Wat doet het met mij?
Tot gistermiddag zei mijn nationaliteit mij niets. Een stukje papier waarop staat uit welk land je komt en waar kennelijk een waarde aan wordt gehecht. Nu ik twijfel over mijn werkelijke nationaliteit(en), merk ik dat het iets doet met mijn identiteit. En om eerlijk te zijn, heb ik ook wat onrustig geslapen vannacht. Mensen die zeggen dat ik trots moet zijn op mijn Marokkaanse nationaliteit verfoei ik. Aan de andere kant ben ik dus ook gewoon hypocriet want aan de worsteling met mijn identiteit ligt ook het feit dat ik waarde hecht aan mijn Nederlandse nationaliteit. Dat zal toch ook echt iets met trots te maken hebben, vermoed ik zo.

En dan heb ik het nog niet eens over alle praktische nadelen die er zijn als ik geen Nederlander meer blijk te zijn. Mijn raadlidmaatschap lijkt wel goed te zitten. Tenminste als ik vijf jaar aaneengesloten in een legale situatie in Nederland woon. Kuch, legaal. Ja, daar ga je al. En hoe zit het met andere rechten en plichten? Precies. Daar sta je niet dagelijks bij stil. Moest ik gisteren nog grinniken om die collega die mij Dobbermarokkaan noemde en vroeg ik zelf nog om een fijne plek achter een boekenkast, vandaag ben ik in een wat minder lollige bui.

Wat nu?

Ondanks alle goed bedoelde adviezen, stellingen en geponeerde feiten, zijn er nog steeds onduidelijkheden rondom mijn daadwerkelijke nationaliteit. Daarom ook heb ik een advocaat ingezet die gespecialiseerd is in Vreemdelingen- en familierecht. Zij heeft tevens een hoogleraar van de VU ingeschakeld om uitsluitsel te geven. Een voor hun erg interessante casus. Ik ga er vanuit dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt zeker met de hulp van deze twee deskundigen!

zaterdag 2 mei 2015

Op pad met de wijkagent van de Bazaar, Jos Schutterop

Als je vraagt aan een buitenstaander waar hij Beverwijk van kent, zal hij negen van de tien keer de Beverwijkse Bazaar noemen. Goedkope producten, een Oosterse sfeer, en lekker eten; de Bazaar heeft het allemaal. In 2014 stelde ik al eens vragen over dit nodale knooppunt omdat ik mij zorgen maakte over het wel en wee op de Bazaar. 

Reden genoeg om mij eens rond te laten leiden door de wijkagent Jos Schutterop. Vol trots vertelt hij over de smeltkroes aan culturen, de manier waarop hij iedereen gelijk probeert te behandelen en hoe hij vooroordelen bij anderen wil wegnemen. Tegelijkertijd ziet hij ook dat er fenomenen aanwezig zijn die criminaliteit kunnen bevorderen. Naast de kansen die de Beverwijkse Bazaar biedt voor de lokale economie liggen daar ook de risico’s. Risico’s die door de Bazaar, de gemeente en de politie worden herkend en waarop wordt geïnvesteerd.

Schutterop is vanaf december 2013 werkzaam op de Bazaar en voelt zich als een vis in het water. We beginnen de dag op het politiebureau in Beverwijk waarna we naar het marktkantoor rijden. Uitvalsbasis voor Schutterop is de centrale meldkamer van de beveiliging van de Beverwijkse Bazaar (die ik overigens consequent tot zijn frustratie De Zwarte Markt blijf noemen). Daar delen zij de laatste ontwikkelingen en start Jos zijn ronde. 

We beginnen in de nieuw geopende Goudsouk waar goudhandelaren onderling concurreren om de aandacht en de portemonnee van de klanten. De nieuwe Mihrab met zijn gouden plafond, ademt een Oosterse luxe sfeer uit. Bij de fontein in het midden eten bezoekers ongedwongen een broodje. De sfeer is laid-back en mensen genieten zichtbaar van deze oase op het industrieterrein.

In de voormalige Oosterse Markt spreken we Mehmed. Hij is theoloog en imam. Mehmed heeft een behoorlijk grote stand met religieuze schilderijen en huishoudelijke artikelen. Samen met zijn vrouw doen ze veel voor zowel de Nederlandsche en Turkse gemeenschap. Ze investeren vooral in het wederzijds begrip en proberen bruggen te slaan. Hij doet het allemaal graag. Zijn vrouw ook, ‘Maar’ zegt ze ‘soms mag het allemaal wel een beetje minder. Tijd voor elkaar is ook belangrijk!’ Mehmed en zijn vrouw vervullen niet alleen een belangrijke rol op de Beverwijkse Bazaar maar ook als inwoners van Beverwijk laten zij zich niet onbetuigd. Zo discussiëren zij in gemeenteverband maar ook in hun eigen gemeenschap mee over actuele onderwerpen zoals bijvoorbeeld radicalisering.


In hal 3, één van de eerste hallen waar de Beverwijkse Bazaar begon zit ome Joop. Hij toont mij trots foto’s van zijn kraam uit 1984. Inmiddels heeft hij veel vierkante meters met nog veel meer ‘pleuralia’ zoals hij dat met een vet Haags accent zelf noemt. Op zijn kruk zit hij te midden van zijn kramen als interieurstuk. Dit is zijn leven op zaterdag en zondag.


In hal 26 spreek ik ondernemers die me vertellen dat het tegenwoordig zwaar is om nog wat te verdienen. Jaren geleden waren de kramen veel geld waard, tegenwoordig kunnen ze hun hoofd nauwelijks boven water houden. Ik vraag hen op welke manier zij denken onderscheidend te kunnen zijn want alles wat ik in de hal zie aan producten lijkt op elkaar. Er komt daar niet echt antwoord op maar men wijst naar het beleid. Zo zou er al veel eerder vrije entree moeten zijn gegeven, dient het parkeergeld te worden afgeschaft en moet de huur van de standplaatsen met minimaal 20% teruggebracht worden. Zo zouden de bezoekersaantallen weer omhoog kunnen worden gebracht en zou de handel vanzelf weer aantrekken. Ik twijfel daarover. Ondernemen is volgens mij vooral innoveren en vooruitzien en vooral zelf de regie nemen.

Ik denk dat ik de Beverwijkse Bazaar best goed ken maar ineens staan we voor een gamesmuseum. Echt te gek hoe je daar door de tijd kunt reizen en spellen kunt spelen vanaf Atari (en daarvoor) tot het allernieuwste. Er wordt beweerd dat het het grootste gamesmuseum is en entree kost maar 2,50. Een schijntje voor de reis door de gamestijd die je daarvoor maakt. Enthousiast begeleidt de eigenaar en gamesnerd mij. Ik ben diep onder de indruk!

Ergens onderweg ontmoet ik George Zapantoulis, de nieuwe Griekse directeur van de Beverwijkse Bazaar. Hij verzekert me dat hij ook de rest van de markt gaat opknappen. Vanaf de Mihrab in de richting van de Parallelweg zal het steeds mooier en dus beter worden. Een mooi vooruitzicht voor Beverwijk!

Ineens wordt Jos opgeroepen. Er is een winkeldiefstal gepleegd door drie roomblanke jongetjes van ongeveer 14 à 15 jaar. De Turkse winkeleigenaar kijkt misprijzend naar hen. De jongens dragen Nike’s en hebben The North Face rugzakken. Niet echt het stereotype winkeldief. De jongens blijken een hasjpijp en versnijders te hebben gestolen. In combinatie met hun leeftijd is dat zorgwekkend. Als je nu optreedt kunnen de ouders misschien nog wel een goed gesprek met ze voeren. Ook jeugdzorg kan hier misschien nog een positieve rol spelen. Daarom houdt Jos alle drie de winkeldieven aan. De spullen gaan terug naar de eigenaar en er wordt een politieagent van het bureau opgetrommeld om een aangifte bij de eigenaar van de winkel op te nemen; topservice dus! De jongens worden door een andere politiebus overgebracht naar Haarlem waar ze zullen worden voorgeleid en gehoord als verdachte.

Jos moet alles administreren en zo keer ik terug naar huis. Mijn rugzak vol met verhalen van ondernemers, beveiliging, politie en bezoekers. Ik ben een (politiek) wijzer mens na deze dag. Het was een prachtige en waardevolle dag. Dank voor deze gastvrijheid, Jos Schutterop! 

zaterdag 18 oktober 2014

donderdag 9 oktober 2014

Andermarokko

Mijn zestienjarige dochter met roomblanke huid en rossig haar is er helemaal klaar mee dat zij constant Marokkanen moet verdedigen en dan wordt uitgemaakt voor 'anders'.

De man die ooit m'n opa was mompelde: "Niet slapen." Wat hij hiermee precies bedoelde konden we niet vragen. Zijn door kanker weggevreten lichaam stopte 48 uur hierna met functioneren. Dat was het einde van mijn Marokkaanse opa, maar gelukkig was hij anders. 

Mijn eerste Marokkanendiscussie was met een buurjongen. Hij had een stukje van Geert Wilders gehoord en had besloten dat hij Marokkanen haatte. De meest Marokkaanse familie die hij kende waren wij, maar gelukkig waren wij anders.

Vlak na dit incident las ik een krantenkop: "Wilders wil 3e generatie ook allochtoon maken." "Mama," vroeg ik "word ik dan Marokkaans?" "Nee." Was haar antwoord. "Maar dan ben ik ook niet Nederlands?" Mama wist niet wat ze moest antwoorden. Zo jong en al een identiteitscrisis. "Nee Joy, jij bent Nederlands, maar dan een beetje anders." Gelukkig was ik anders. 

Het laatste jaar ben ik in meerdere Marokkanendiscussies geraakt. Er worden uitspraken gedaan als: "Turken herken je omdat ze beleefder zijn dan Marokkanen." Of "Ja het is logisch als een Marokkaanse man in elkaar wordt geslagen, want het gebeurt ook andersom." Waarop ik antwoordde: "Die man is mijn opa." De blik die hierna komt kent elke niet - Marokkaans uitziende Marokkaan. "Maar dat is anders."

Of vragen over segregatie, die worden systematisch vermeden. "Maar wees eens eerlijk, op opsporing verzocht zie je alleen maar marokkanen. Geen Turken want die zijn beleefd. "Gelukkig ben jij anders hoor."

Een van de sterkste vrouwen die ik ken is Marokkaans. Zij is in Amsterdam criminaliteit tegen gegaan. Ze is onlangs haar baby verloren. Ik hoor haar nooit klagen. Ze is een inspiratie voor iedereen. Gelukkig is ze anders. 

Zo zijn wij met grote groepen andere Marokkanen. En dan is er nog een klein groepje normale Marokkanen. De groep die steelt, moord en terroriseert. Misschien zijn ze wel Egyptisch, Algarijns of Turks. (Oh nee dat kan niet, die zijn beleefd.)

Met dit stuk maak ik een einde aan de discussie, na vandaag knik ik braaf ja en accepteer ik dat ik anders ben. Ik kom uit het andere Marokko. Ik ben een echte Andermarokkaan. En ik ben er trots op.

zondag 8 juni 2014

Kssst, stadsmensen!

Een zwoele zomerse avond  in Wijk aan Zee. Een perfect moment om met de hondjes af te zakken naar het strand voor een zeebad voor hen en een ijsje voor mij toe. De dagjesmensen sjokten in grote getalen de strandopgang af, terug naar de verzengende hitte van hun huizen in de stad. Makbouli-hondjestijd!

Een verdwaalde toerist gilde aanstellerig als de hondjes in de buurt kwamen. ‘Na acht uur mogen de honden op het strand, los!’:  was mijn standaardcommentaar. ‘En nu optyfen’: dacht ik er achteraan. Met mijn voeten plonsde ik door het koude water bij de vloedlijn terwijl de hondjes verwachtingsvol voor de bal om me heen drentelden.  Na wat gespetter en gespeel in het water met de hondjes viel me een hele dikke man op die al enige tijd om me heen drentelde. Zijn Duitse herder had hij angstig vast bij zijn halsband. ‘Laat hem maar los hoor, die van mij zijn relaxed.’  Ik zag zijn gezicht oplichten, kennelijk blij met een praatje. Fout, Boelie! @#&!@ 

Voor ik het wist eiste hij me op daar aan die vloedlijn. Hij was veeeeeels te dik en daarom ging hij nu wandelen over het strand. Hij kwam uit Purmerend. En wat mijn afkomst wel niet was? Goh, wat leuk half Marokkaans. Ik kon ook wel Italiaans of Spaans zijn. Vond ik ook niet dat Nederlanders helemaal geen leuk volk waren? ‘Nee’: antwoordde ik, ‘Ik heb het helemaal niet zo op mensen in het algemeen’. De onderliggende hint ontging hem totaal. Of ik een man had? ‘Ja!’ Daarna ging hij door over het verlies van zijn zoontje, zijn huwelijk wat het niet had gered, zijn baan die hij verloren was omdat hij ‘doorgedraaid’ was, etc. Ik had inmiddels besloten dat het me deze avond niet gegund was en besloot te verdwijnen onder het mom van ‘Oh, is het al zóóóó laat’.

Op de strandopgang kwam ik een hele vage kennis tegen. Hoe het nu met mijn vader was? Terwijl ik haar fijntjes herinnerde aan het feit dat die al een tijdje dood was, poepte mijn hond in het duin. Exact zoals hij het heeft geleerd. Niet op het strand maar in het duin. Achter me hoorde ik een verdwaalde toerist met hippe teenslippers met een onvervalst Amsterdams accent roepen: ‘ Hé, je hond legt daar een bolus neer.’  Ja, en? Dat doen honden in Wijk aan Zee. Die poepen de duinen vol. Net als de vossen, vogels en Schotse Hooglanders. Daar zijn de duinen voor. ‘Ik vind toch dat je dat moet opruimen.’ Ik verdrong de neiging om zijn teenslippers daar te stoppen waar de zon niet schijnt en lachte hem vriendelijk toe terwijl ik niet wist hoe snel ik thuis moest komen.


Mijn god, het is zomer en al die stadsmensen komen uit hun gecultiveerde steden om ons, Wijk aan Zeese inboorlingen deelgenoot te maken van al hun zielenroerselen en ellende of uitgebreid de les te lezen over hoe het heurt. Nog maar een paar maanden, dan is die zomer voorbij en kunnen al die betweters weer lekker klagen in hun eigen hippe buurtjes in de stad. Laten ze ons tenminste weer met rust.