maandag 27 februari 2012

Huiliehuilie


Rutger Castricum is twee keer over zijn sjaal geaaid. Een ramp voor het land, zo lees ik op twitter. Want, zo onfatsoenlijk ga je niet met journalisten om. Dat diezelfde journalist zijn best doet om op bijzonder onfatsoenlijke wijze het bloed onder je nagels te halen wordt door diezelfde fatsoensrakkers, of om populair te blijven moralfags, even vergeten en al zeker niet in deze mate breed uitgemeten en veroordeeld. Ieder mens moet zich die irritante overvaljournalistieke gewoonte van Castricum maar laten welgevallen. Een vorm die toch ook op zijn minst aanschurkt tegen het strafrecht. 


Zo is het bezoeken van mensen op het werk of huisadres een staaltje journalistieke vrijheid òf een reis door ons Wetboek van Strafrecht. Het Wetboek van Strafrecht is ook, oh hemeltje lief, op journalisten van toepassing. Echt waar hoor! Het is de slachtoffers van deze vorm van journalistiek slechts aan te rekenen dat ze niet en masse aangifte doen ter zake lokaal- en huisvredebreuk. Daarnaast is het justitie aan te rekenen dat een eventuele aangifte bijna nooit tot vervolging leidt in verband met andere prioritering van zaken. Zo ettert deze journalistieke gezwellige vorm vrolijk door, want geen prioriteit. En daar maken Castricum cum suis gretig gebruik van.

Daarnaast mondt deze vorm van ‘gekleurde’ overvaljournalistiek meer dan regelmatig uit in het dreigen met geweld door andere minder begaafde medelanders richting het subject van die zelfde overvaljournalistiek. Deze minder begaafde medelanders schromen niet de journalistieke bron daarbij aan te halen: ‘Ik las/zag op [willekeurige bron]. Je bent ook een smerige stuk varken. Verlaat ons land onmiddellijk of ik maak je kapot.’  Postzakken en mailboxen vol hoor! Je moet het Castricum wel nageven, achterlijk is hij niet. Verre van dat. Dat maakt wel dat hij bovengenoemde heel goed snapt. Maar ja, de kijkcijfers en dus het succes... Bovendien levert het hem een plaatsje hoger op de journalistieke apenrots op.

Bovenstaande maakt wel dat ik toch lichtelijk moest gniffelen toen ik hoorde dat Kinneging twee keer over de sjaal van Castricum had ‘geaaid’ zonder dat hij daar enige schade aan had overgehouden, wel een poepbroek vermoed ik, dat dan weer wel. Maarrrr.... dat gniffelen mag niet van de moralfags. Nee, ik moet dat zwaar veroordelen, Castricum op het slachtofferschild tillen en hem huiliehuilie door twitterland dragen. Zoveel onrecht is een journalist nog nooit aangedaan. Weggeduwd uit iemand’s huis waar hij tegen de wil van die huiseigenaar ongevraagd kwam jengelen over de column van zijn eega Naema Tahir in Buitenhof . Wie is hier nu werkelijk het slachtoffer? Castricum niet in ieder geval, die weet de kijkcijfers weer tot ongekende hoogte op te drijven door dit nulmoment uit te buiten tot ongekende hoogten.

Ik denk dat ik binnenkort maar een stille tocht ga organiseren voor Castricum om mijn medeleven aan zijn trieste journalistieke persoonlijkheid te betuigen.
                                                                                              

zondag 22 januari 2012

Mohamed en Fatima

Een ereplaatsje voor één van de rapteksten van Joy op mijn blog.  Denkt u er zelf de beat even onder?





U heeft het over Henk en Ingrid.
Een koppel dat veel problemen bezit.
Door Fatima en Mohamed.
En zij worden het land uit gezet.
Alleen oma mag blijven, ze is met pensioen.
U denkt dat ze qua aanslagen niet veel meer kan doen.

Het punt is: Mohamed en Fatima denken er zelf niet eens over na.
Dat doen de mede-Moslims die teveel in god geloven.
Maar alles wordt in de schoenen van Mohamed en Fatima geschoven.
Toch doen zij dat allemaal niet.
Uw idee van gerechtigheid doet hen veel verdriet.

En dat niet iedereen hier zomaar kan komen, is niet gelogen.
Maar Mohamed en Fatima zijn hier geboren en getogen.
Ze spreken geen woord Arabisch.
Dat ze hier niet mogen blijven is problematisch.
Door u verliezen ze al hun vrienden, hun toekomst en verstand.
Alles moet opnieuw worden opgebouwd in een ander land.

Ik weet het: dit probleem ligt gecompliceerd,
maar uw aanpak is verkeerd.
We hebben een plan nodig zodat mensen naast elkaar kunnen leven.
Een plan wat effectief is, voor langer dan even.

vrijdag 20 januari 2012

Wijk aan Zee


Wijk aan Zee is wereldnieuws! Mijn dorp verscholen tussen de duinen en Tata Steel, met twee winkels, twee kerken, een lading kroegen en één lagere school. Het dorp waar kunstenaars zich vestigen om het fijne culturele klimaat. En het dorp waar vrijbuiters wonen. Het dorp waar de inwoners liever zonder dan mèt regels leven en de Dorpsraad opbokst tegen het grote en machtige Beverwijk. Het dorp waar ik de ellende uit de grote stad snel weer vergeet als ik binnenrijd en de reusachtige Dorpsweide met de witte huisjes eromheen en daarachter de duintoppen aanschouw. Dat is dus mijn dorp!

Mijn Wijk aan Zee wordt getroffen door dubbele media-aandacht. Niet alleen vindt Tata Steel Chess, het grootste schaaktoernooi ter wereld, hier plaats, maar heeft het Filipijnse vrachtschip Aztec Maiden zich vannacht genesteld op de tweede zandbank in het Noorderbad. 

Het idee dat ik tussen 13 en 29 januari niets vermoedend tijdens mijn rondje hondje in het duin de sexy motherfucker Magnus ‘G-STAR’ Carlsen tegen kan komen maakt dat ik de laatste week tijdens mijn rondje hondje er niet over denk zonder make-up de deur uit te wandelen. Schakers dwalen namelijk graag in het duin, weet ik als dorpsbewoonster. Magnus Carlsen vertegenwoordigt veel kenmerken die ik kan waarderen in een man; hyperintelligent, autistische trekjes, prima lichaam én niet geheel vervelend: hét model voor G-STAR RAW. Beetje jong wellicht, maar een kniesoor die daar op let. 

Buiten de make-up heb ik Magnus overigens weinig te bieden. Als bijna geboren en getogen dorpsbewoonster in een schaakdorp erken ik hier vol schaamte dat ik deze edele denksport niet beheers. Mijn ouders leerden mij, naast het Arabisch dus ook niet het schaken. Een echte parentingfail. Daarnaast ook vreemd omdat mijn moeder in ieder geval een redelijke schaakster was en vroeger vaak met Fenny Heemskerk tijdens het schaaktoernooi een potje schaakte. Heemskerk logeerde tijdens het toernooi namelijk altijd bij mijn grootouders. Maar dat terzijde.

We zijn het hier al een beetje gewend, die internationele media-aandacht één keer per jaar, inclusief de wazige schakers die door het dorp dwalen. Vanochtend echter hoorde ik een helikopter boven mijn woning. Dat kon ik niet helemaal plaatsen in combinatie met het schaaktoernooi. Gelukkig remt Twitter, zoals zo vaak, mijn wilde fantasieën. Een Filipijns vrachtschip zou bij de kust van Wijk aan Zee zijn vastgelopen. Het blijkt nu dat dat kreng dus hemelsbreed zo’n 400 meter van mijn woning ligt. 

In de loop van de middag nam ook mijn nieuwsgierigheid de overhand na de hele dag de livebeelden op TV Noord-Holland te hebben gezien. Buiten bleek geen parkeerplaatsje in Wijk aan Zee meer onbenut. Verkeersregelaars regelden met het zweet op hun voorhoofd het verkeer. Voornamelijk nieuwsgierige automobilisten die graag het strand op wilde rijden wat vervolgens weer een nog grotere chaos in het dorp veroorzaakte.  Op het strand het vrachtschip zelf. Geen foto kan weegeven hoe indrukwekkend een 155 meter schip zo dicht aan de vloedlijn is.

Stadsmensen met stadsschoenen glibberden over de natte strandopgang richting strand. Op het strand verdrongen de ramptoeristen en dorpsbewoners elkaar voor de mooiste en indrukwekkendste plaatjes. Amateurfotografen zagen hun kans schoon en fotografeerden deze once-in-a-lifetime gebeurtenis. Mannen en vrouwen maakten plaatjes van het vrachtschip met hun partner op de voorgrond. Twee sleepboten voeren op de wilde zee tussen de hoge golven om de boot. Ieder moment leek de zee deze bootjes op te kunnen slokken. 

Plots klonk er een luide plof vanaf de boot. Een projectiel aan een lijn werd richting kustlijn afgeschoten. Veel ooh’s en aah’s klonken vanaf het strand. Wat al die handelingen op en rond de boot te betekenen had, wist niemand, maar dat maakte niet uit. Iedereen bleef druk speculeren om de gebeurtenissen te duiden. De kinderen uit het dorp, die de middag vrij hadden gekregen van school voor deze gebeurtenissen, speculeerden hard mee.  Alle grapjes over Italiaanse kapiteins en dito strandingen zijn ondertussen gemaakt.

Inmiddels is het laag water en de boot is verzwaard zodat hij stabiel blijft liggen. Buiten de ongekende sensatie voor dit dorp, maken een aantal mensen, waaronder ik, zich toch wel een beetje zorgen. Als de boot stookolie gaat lekken, staat mijn dorp een grote milieuramp te wachten. Ondanks de sensatie en het indrukwekkende aangezicht ben ik blij als het kreng veilig is afgesleept.

woensdag 28 december 2011

Fuck de Bregmannen!



De 23-jarige historicus Rutger Bregman meent in de Volkskrant, met een verlaat plasje over Rihanna-gate, ook vrouwen en passant even terug de jaren vijftig in te schoppen. Bregman, type witte-oude-grijze-man in een te jong lichaam, dirigeert ons en masse naar het aanrecht, theedoek in de hand en schort voor, vader pijprokend en krant lezend op de bank of al vleessnijdend aan tafel. Zijn opiniestuk is doordrenkt van de welbekende jaren vijftig spruitjeslucht.

Ook jonge rappers moeten het ontgelden. Jonge rappers zijn namelijk, naast vrouwen en migranten, dé kansarmen van onze samenleving. Nee, niet jonge getalenteerde artiesten die hun weg gaan vinden binnen de kunst- en cultuursector, maar kansarmen. Daar sta je dan met je broek laag op de bips en een gouden ketting om je nek.  Kssst, terug in het nederige hokje waar je thuishoort! Lekker kansarm gaan doen en voldoen aan je stereotype.

Daarnaast geeft Bregman blijk van het feit dat hij geen idee heeft hoe in andere – ook Westerse - landen en culturen, allen met hun eigen historie en gedeelde waarden, onze volksfeesten worden beleefd. Hij duidt dit als volgt: ‘negers zijn bruin en Zwarte Piet is potverdorie zwart omdat hij uit de schoorsteen komt.’ De hiphop en R&B-scene wordt, door hem, achterhaald gemekker verweten in het licht van de niggabitch. Als historicus zou Bregman horen te weten dat in de US nog maar historisch kort geleden, in 1964 om precies te zijn, formeel de rassenscheiding werd afgeschaft. Formeel, that is. In 1988 woonde ik in the deep dark south (Lake Arthur, Louisiana) en geloof me die rassenscheiding was daar nog redelijk goed ingesleten in het normale maatschappelijke verkeer.

Gestigmatiseerde kansarmen van Bregman, verenigt u. Wij moeten niet blijven voldoen aan de standaarden die ons worden opgelegd. Pas dan komen we nooit verder dan wat de witte-oude-grijze man ons voorschrijft en hem vooral in zijn comfort zone houdt. Vrouwen, doe mee aan het stilettofeminisme van Rebecca a.k.a @mrsvanP. Jonge rappers, adoreer Ali B op Volle Toeren. Mirgranten, laat je niet verleiden tot gedrag dat past bij jouw hokje. Fuck de Bregmannen!

Als de mensheid in de lijn van Bregman blijft denken en acteren, dan vervallen vrouwen en jonge rappers in Nederland langzaam tot horigheid. Mensen met gezond verstand dienen zich dan ook beschaamd af te keren van Bregman’s opiniestuk. Niet vrouwen, jonge rappers en migranten hebben een probleem, maar Bregman met zijn spruitjeslucht-perspectief.

vrijdag 2 december 2011

Zelfmoord




Handig manoeuvreerde ze zich op haar skates door de voordeur van het politiebureau. In één vloeiende beweging rolde ze in onze richting. Met haar beide handen op de balie kwam ze tot stilstand. Haar lange lichtbruine haar omlijstte haar vrolijke gezicht en vragend keek ze in mijn richting. Een ongebruikelijke en opvallende verschijning in het politiebureau waar junks, alcoholisten, inbrekers en ander tuig kind aan huis waren.


Op mijn vraag of ik haar kon helpen antwoordde ze dat ze een nogal vreemd verhaal had. Haar vader woonde in de Molukkenstraat. Het was een intelligente, eenzame, lieve man. Hij was inmiddels met pensioen en de laatste tijd merkte ze dat hij nog eenzamer werd. Als ze haar zoontje meenam leefde hij weer volledig op. 

Een paar dagen geleden had ze een vreemd telefoontje gehad van hem. Hij vertelde haar dat als ze maandag om 18.00 uur niets van hem vernomen had, dat ze de politie moest inlichten om bij hem naar binnen te gaan. Dit was niet de eerste keer dat hij dat haar had gezegd. Aan die eigenaardigheid was ze inmiddels gewend geraakt. De vorige keren kon zij na zo’n uitspraak gewoon telefonisch contact met hem krijgen en bleek er niets aan de hand, maar nu niet. Ook was ze bij hem aan de deur geweest en deed hij niet open. Ze maakte ze zich toch wel ernstige zorgen.

Samen met een collega togen wij naar het door haar opgegeven adres. Zij bleef achter op het politiebureau waar ze ons nieuws zou afwachten. Zuchtend en steunend klommen we de trap op van de typisch oude Amsterdamse woning. Er werd niet gereageerd ondanks ons onophoudelijk aanbellen en kloppen.  We keken elkaar aan en begrepen wat we gingen doen. Het balkon. Via een vriendelijke buurman klauterden we over het balkon en bereikten we het balkon van de man. 

De balkondeur stond op een bescheiden kiertje. De gordijnen wapperden door de wind in en uit de kamer. Mijn hart klopte in mijn keel omdat ik, door jarenlange ervaring, al wist wat mij te wachten stond. Waar ‘hij’ zou liggen of hangen was alleen nog maar de vraag. Dit waren de naarste klussen in het politiebestaan. Zeer voorzichtig duwden wij de balkondeur verder open. In de kamer was het donker en onze ogen moesten wennen aan de overgang van licht naar donker. 

We stonden nu in een kleine kamer die kaal en armoedig gemeubileerd was. In de hoek lag een matras op de grond met een bundeltje kleding en dekens. Althans, zo leek het. Heel langzaam werd het beeld scherper. Op de matras lagen inderdaad kleding en dekens. Daartussen lag een man. Dood. Zijn lichaam was verkrampt, het schuim dat op zijn mond stond was verdroogd en de uitdrukking op zijn gezicht toonde de vreselijke strijd die hij had gestreden. Zijn handen klauwden in het dekbed. 

Links op de muur stond in rode verf een tekst gekalkt: “Pas op, hier staat Cyaankali. De rest staat in het keukenkastje.” Eronder stond een pijl getekend die wees naar een mok met daarin een gevaarlijk uitziend goedje. In de huiskamer zag het er, in tegenstelling tot de kleine slaapkamer, geordend uit. Op de salontafel lag een stapeltje boeken. Daarbovenop lag een briefje met daarop de vraag deze boeken toch vooral op tijd terug te brengen naar de bibliotheek. Daarnaast lag de legitimatie en het paspoort van de man die dood in de slaapkamer lag. Als laatste lag er een staatslot met daarop een briefje dit staatslot toch vooral aan zijn dochter te geven.

Ik liep door naar de hal en zag een kinderjasje hangen aan de kapstok. Ik slikte een brok weg en deed de voordeur open. Beneden aan de trap stond de vrolijke vrouw op haar skates. Verwachtingsvol keek ze me aan. Ik liep naar beneden en probeerde het droevige bericht te bewaren tot beneden aan de trap.  Maar mijn gezicht sprak boekdelen. “Oh nee”: schreeuwde ze uit. Terwijl ik de laatste treden afrende kon ik haar nog net op tijd opvangen. Zo stonden we daar in de benauwde hal. Een agent met een snikkende vrouw op skates in haar armen. Het duurde minuten voordat ze me met betraand gezicht aankeek en vroeg: “Wat nu?” “Ik breng je wel even terug naar het bureau, dan spreken we zo alles door.” Dat wilde ze niet, ze wilde alleen zijn. 

Ze draaide zich om en skate weg naar het politiebureau. Haar lichtbruine lange haar wapperde in de wind.

maandag 8 augustus 2011

Mijn vriend Maik

Links: Maik & Foppe Rechts: Geert & Isa
Zo’n zeven jaar geleden wandelde mijn visueel gehandicapte vriend Maik op z’n dooie gemakje door de IJtunnel. Hij vond het wel wat lawaaierig, maar soit, dat gebeurt wel meer in een grote stad. De toeterende auto’s negerend, kuierde hij vrolijk verder met zijn stok, onbewust op weg naar Amsterdam-Noord.


Hij werd door ijlings toegesnelde politieauto’s opgepikt en kwam zo ongedeerd de tunnel uit; een ervaring rijker en een illusie armer. Zijn illusie, de stok, smeet hij boos in de gangkast en besefte dat het nu toch echt tijd werd voor een geleidehond. Een moeilijke beslissing, want accepteren dat het slechter gaat is nooit leuk en zeker niet als je visueel gehandicapt bent.

Als Maik iets wil, dan zorgt hij ook dat het gebeurt. Het liefst snel. Zo geschiedde. Maik meldde zich bij de stichting Desudo die de perfecte hond voor Maik leverde, Foppe. Foppe en Maik waren al snel een onafscheidelijk duo. Foppe gaf Maik zijn vrijheid terug. Maik kon samen met Foppe geheel zelfstandig weer van alles ondernemen. Die zelfstandigheid werd zelfs zo groot dat hij het presteerde om geheel zelfstandig te gaan wonen met Foppe in een klein woninkje met tuin.

Omdat Maik de lat nooit laag legt en hij graag wilde werken, schreef hij een brief naar de baas van een groot bedrijf. Diezelfde baas legde de brief op mijn bureau om eens te kijken of en hoe ik deze jongeman aan het werk kon krijgen binnen de grote onderneming. Omdat ik ook wel van een uitdaging houd, praatte ik met vele leidinggevenden in het bedrijf om te kijken of Maik zou passen op hun afdeling. Een constant ‘nee, want....’ was mijn deel. Tot ik op mijn eigen afdeling een vacature kreeg en Maik als ‘mijn secretaris’ kon plaatsen. Ik ontmoette de ouders van Maik die in tranen vertelden dat zij zo trots op hem waren. Zelfstandig wonen, een goede baan. Meer dan zij ooit gehoopt hadden. Zo werd Maik mijn vriend. Ik ging bij een andere onderneming werken, maar Maik bleef mijn vriend.

Maik en Foppe kwamen vaak naar mijn dorpje aan zee om uit te waaien met de honden. Later kwam hij vaak met Geert en geleidehond Isa met wie hij inmiddels samenwoonde. Arm-in-arm paradeerde mijn lief met Geert, en ik met Maik door het dorpje op weg naar strand en duinen. Om ons heen wandelden geleidehonden Foppe en Isa en de sporthond die op dat moment weer bij mij woonde, een bonte optocht die veel mensen deed omkijken.

Problemen kent Maik door zijn handicap ook. Gek genoeg worden die vaak door buitenstaanders veroorzaakt. Zo heeft Maik een hele taxigeschiedenis in Amsterdam. Taxichauffeurs die gewoon weigeren de jongen en zijn hond te vervoeren. Maar Maik zou Maik niet zijn als hij het daar bij laat zitten. Hij snort de media op en laat hen beleven wat hij beleeft bij zoiets eenvoudigs als het nemen van een taxi.

Vandaag was het weer zover. Maik wilde nietsvermoedend zijn boodschappen inslaan bij Dirk van den Broek aan de Rijnstraat in Amsterdam-Zuid. Een supermarkt waar hij niet vaak kwam. Gelukkig beschikt deze supermarkt over een oppersupermarktmeneer die zorgt dat er in zijn supermarkt geen onregelmatigheden plaatsvinden.

Ik zie dat zo. Deze oppersupermarktmeneer neemt zijn taak heel serieus en volgde de zwaar in overtreding zijnde Maik en Foppe vanaf zijn wachttoren in het magazijn van de winkel. De camerabeelden van dit zware misdrijf dreven hem tot ongekende woede. De brutaliteit! De oppersupermarktmeneer marcheerde in één directe lijn naar de overtreder om hem wel even mee te delen dat een dusdanige onregelmatigheid in zijn supermarkt niet werd getolereerd. Op hoge toon werd Maik vervolgens meegedeeld dat Foppe niet welkom was in de winkel, dat was namelijk ‘verboten’. Stel je toch eens voor dat zomaar iedere visueel gehandicapte met zijn hond hier boodschappen zou komen doen; dat de hond ze door de winkel zou helpen zodat opgestapelde bergen wc-papier, schappen en andere obstakels keurig kunnen worden ontweken. Het ‘Foppe is een geleidehond’ mocht niet baten. Befehl ist befehl!

Zucht. Met een handicap kun je best leven, de mensen eromheen maken het alleen af en toe zo lastig.

dinsdag 31 mei 2011

Waar maken we ons druk om?

Ouafa maakte zich gistermiddag weer eens enorm boos op Twitter.  Ze bood onderstaande voor Geenstijl  te schrijven maar, dat werd afgewezen wegens “oud nieuws”.   Voor de één is het naïviteit, voor Ouafa is het een strijd tegen de hypocrisie. Voor de één is het  een marginale kwestie, voor Ouafa een zieke vorm van discriminatie.

Goedemiddag, rechts Nederland! De vingers weer fijn aan het aflikken? Wel, alhier een bericht om ze er nog eens extra bij stuk te kluiven. Geen aanval, gewoon wat duiding. Kortgeleden bereikte mij het bericht van een meneer die een Marokkaanse middelvinger naar zich toe kreeg geworpen wegens het dragen van een T-shirt met Hebreeuwse tekst.

Terechte woede hier in de reaguurderspanelen & daar op de Twitters. Terechte woede ook toen een groep Mocro’s een maand terug een verjaardsfissa in 030 wist te verkloten. En evenzo terecht was uw woede vanmiddag om het debiele gedrag van een club antisemitische provinciemocro’s. Maar als we dan toch bezig zijn, laten we dan ook even dit bericht onder de loep nemen. Er gaat geen dag voorbij of het “labbekakkerige optreden” van 030-burgemeester Aleid Wolfsen staat met de blote billen op GeenStijl. Mooi, zou onze @MinPres zeggen en dat zeg ik hem uit volle borst na. Maar waar de piep is uw woede op het moment dat een moslima wordt gedemoniseerd? Niet 1, niet 2, maar 3 (DRIE)  keer rijdt de busschaufeur haar straal voorbij, om vervolgens wel gewoon voor het stoplicht te stoppen. Bert , BartGreet, Hennis & vrienden reaguurders: wie van u haalt Aleid Wolfsen door de shredder?